Vraag & Antwoord

Heeft mijn klant recht om zijn aankoop te verzaken?

De Heer A.V. van Ieper vraagt ons : "Ik heb onlangs bij een potentiële klant een demonstratie van mijn producten gegeven. Deze klant heeft een bestelbon getekend. Is het waar dat de klant het recht heeft om zijn aankoop te annuleren gedurende 7 werkdagen ?"

De Heer A.V. van Ieper vraagt ons : "Ik heb onlangs bij een potentiële klant een demonstratie van mijn producten gegeven. Deze klant heeft een bestelbon getekend. Is het waar dat de klant het recht heeft om zijn aankoop te annuleren gedurende 7 werkdagen ?"

 

Antwoord

Overeenkomsten gesloten buiten de onderneming van de verkoper moeten vastgelegd worden in een schriftelijke overeenkomst, waarin bovendien een aantal verplichte vermeldingen moeten worden opgenomen: naam en adres van de verkoper, datum en plaats van het sluiten van de overeenkomst, nauwkeurige aanwijzing van het product of van de dienst, leveringstermijn, prijs en betalingswijze en tot slot, het verzakingsbeding in de wettelijk voorgeschreven vorm.

Welke verkopen

Hieronder vallen enkel de verkopen aan de consument van producten en diensten die tot stand gebracht worden door een verkoper:

  • ten huize van de consument of van een andere consument, de home parties en de verkopen op de arbeidsplaats van de consument;
  • de verkopen die tijdens een door of voor de verkoper georganiseerde excursie plaats hebben;
  • verkopen op salons, beurzen en tentoonstellingen, op voorwaarde dat de betaling in die hypothese niet contant gebeurt en dat de prijs hoger is dan 200 euro.


7 werkdagen bedenkttermijn

Deze verkopen moeten, op straffe van nietigheid, het voorwerp uitmaken van een geschreven overeenkomst en voorzien een bedenktermijn van 7 werkdagen. Werkdagen zijn alle dagen behalve zon- en feestdagen (zaterdag is dus wel een werkdag).

Maar wanneer de termijn afloopt op een zaterdag, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag, hetgeen dan meestal een maandag is, tenzij dat ook een feestdag zou zijn. De bedenktermijn vangt aan op de dag die volgt op die van de ondertekening van de overeenkomst. Bij de verkoop op proef begint de bedenktermijn pas te lopen op de dag dat het product geleverd wordt en de termijn loopt af met het verstrijken van de proefperiode. Die mag wel niet korter zijn dan 7 werkdagen.

Uitzonderingen

Er is geen sprake van een bedenktermijn van 7 werkdagen wanneer bewezen is dat de consument de handelaar zelf ten huize uitgenodigd heeft om over de koop te onderhandelen. Het door de consument gegeven akkoord met een door de verkoper telefonisch voorgesteld bezoekaanbod, vormt evenwel geen voorafgaand verzoek. Er mag ook geen enkele levering van een dienst gebeuren vooraleer deze bedenktermijn verstreken is. Reden hiervoor is dat de consument, die van een onmiddellijk geleverde dienst afziet, de dienst niet kan teruggeven. De verkoper mag geen betaling of voorschot eisen vóór het verstrijken van de bedenktermijn. Hij mag ook geen betaling innen. Dit mag wel indien het om een verkoop op beurzen of salons gaat.

De verkoper op wie deze bedenktermijn van toepassing is, is verplicht deze op de bestelbon te vermelden. Op straffe van nietigheid moet deze clausule in het vetgedrukt vermeld worden in een kader.

De bijzondere regels voor verkopen buiten de onderneming zijn niet van toepassing bij verkopen georganiseerd in het raam van handelsmanifestaties zonder handelskarakter en met een uitsluitend menslievend doel zolang hun bedrag dat van 50 euro niet overschrijdt.

Ik ben het slachtoffer van bedrog met een beroepsgids!

De Heer A.M. van Gent vraagt ons : "Onlangs heeft een buitenlands bedrijf mij een schrijven gestuurd waarbij mij gevraagd werd na te gaan of de opgegeven persoonlijke en beroepsgegevens correct waren. Na dit schrijven te hebben teruggestuurd voor akkoord, kreeg ik enkele dagen later, tot mijn grote verbazing, een te betalen rekening van meer dan 1000 EUR wegens « bestelling van een betalende advertentie » in een beroepsgids !  Bij nazicht van het oorspronkelijk schrijven, heb ik in zeer kleine bijna onleesbare lettertekens een clausule gevonden die bepaalde dat door het terugsturen van het getekend document, ik contractueel gebonden was voor een duurtijd van 3 jaren !
Wat denkt u hiervan en hoe moet ik nu reageren ?

U bent inderdaad bedrogen ! Vele zelfstandigen zijn het doelwit van zulke bedrieglijke praktijken . Hebt u, bijvoorbeeld, al voorstellen gekregen om uw adresgegevens in te lassen in elektronische of traditionele beroepsgidsen? Hebt u onlangs een factuur gekregen met het voorstel de domeinnamen voor uw activiteit terug te kopen? Hebt u bezoek gekregen van een ronselaar die u voorstelde reclame te maken in een regionaal blad?

Onderteken niets, betaal niets! Lees goed de kleine lettertjes en wees op uw hoede voor warrige informatie. Als u twijfelt, onderteken dan niets!

Bedrog met beroepsgidsen: hoe gaat dat in zijn werk?


U ontvangt per brief, fax of e-mail een bericht waarin men u verzoekt de adresgegevens van uw onderneming (zelfstandigen, vrije beroepen, vzw’s) te corrigeren met het oog op een bijwerking. Men vraagt u het document te ondertekenen en terug te sturen. Maar wanneer u dit document ondertekent, bent u gebonden door een buitensporig duur contract dat pas 2 of 3 jaar later afloopt. Bovendien krijgt u er maar een middelmatige dienstverlening of helemaal niets voor.

Er wordt ook nog een andere werkwijze gebruikt. U ontvangt een factuur die laat veronderstellen dat er al een contract werd afgesloten, terwijl dat niet het geval is. De betaling van deze factuur impliceert dat u het aanbod hebt aanvaard. Ook in dit geval zit u opgescheept met een duur contract van verscheidene jaren.

Reclame-inlassingen: zijn ronselaars altijd eerlijk?

U krijgt bezoek van een ronselaar die u verzoekt te betalen om reclame voor uw onderneming in te lassen in een catalogus die in de regio verspreid en/of verkocht wordt ten voordele van liefdadige doelen.

In de meeste gevallen is het liefdadig doel twijfelachtig. Deze ronselaars zoeken enkel hun profijt onder een vals voorwendsel.

Zodra u het eerste aanbod van de ronselaar hebt aanvaard, wordt u gevraagd het plaatsen van reclame te bevestigen. Ga absoluut de exacte titel na van de catalogus waarvoor u een handtekening wordt gevraagd! Een van de werkwijzen van de ronselaars bestaat erin u, op het ogenblik van deze bevestiging, uw handtekening te vragen om een tweede reclame-inlassing in een ander blad te laten publiceren. Deze ronselaars geven over het algemeen verscheidene magazines uit en profiteren van een ogenblik van onoplettendheid om u twee contracten te laten ondertekenen.

Bedrog met domeinnamen: een nieuw fenomeen


Ook hier zijn er twee methodes. De eerste bestaat erin u op te bellen en te vragen domeinnamen te betalen tegen woekerprijzen. Deze domeinnamen zouden door anderen kunnen worden gekocht en het imago van uw firma kunnen schaden als ze slecht worden gebruikt. Vaak hebben de aangeklampte firma’s al een internetsite die eindigt op de extensie .be, en stelt men hen voor zeer dringend de extensies .biz, .net, .name, enz. te kopen.
Bij de tweede methode stuurt men u een factuur met de vermelding “herinnering”. Deze factuur zet u er meestal toe aan om zo vlug mogelijk te betalen zonder na te gaan of ze terecht is. Het verdient aanbeveling dat u altijd aandachtig bent en alle vermeldingen, vooral de klein gedrukte, analyseert. Door deze vermeldingen te lezen, kunt u vaststellen dat het om een offerte gaat en niet om een onbetaalde factuur. U heeft dus geen voorafgaand contract ondertekend.

Enkele goede reflexen

  • Onderteken niets!
    De handtekening en de vermelding van de datum vormen een vaste contractuele verbintenis. Onderteken nooit een twijfelachtig aanbod of een aanbod dat u niet begrijpt.
  • Betaal niets!
    Zelfs al ontvangt u een factuur waarop de vermelding “herinnering” al of niet is aangebracht, ga systematisch na of deze factuur wel overeenstemt met een gevraagde dienst.
  • Al ondertekend? Al betaald?
    Stop eerst en vooral alle verdere betalingen!


Als u het slachtoffer was van een oneerlijke handelspraktijk (bijvoorbeeld een verkoop met een liefdadig doel terwijl er van liefdadigheid geen sprake is, een factuur zonder voorafgaand contract, …), dan kunt u klacht indienen bij de FOD Economie. Deze FOD heeft immers als opdracht toe te zien op de Belgische goederen- en dienstenmarkt en met name dat de verkopers de economische regelgeving naleven.

Indien u uw rechten wil laten gelden (een terugbetaling bekomen, een kosteloze verbreking van het ondertekende contract, enz.), zullen enkel de gerechtelijke overheden u hierbij kunnen helpen.

Een van de doelstellingen van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling (ADCB) van de FOD Economie is de oneerlijke handelspraktijken te doen stoppen in het algemeen belang. Om te vermijden dat anderen in de val lopen, kunt u de ADCB op de hoogte te brengen van de praktijken waarvan u het slachtoffer was.

Opgepast !

Wij raden u aan uiterst voorzichtig te zijn wanneer u aanbiedingen ontvangt van de volgende maatschappijen :

  • BMS
  • BPS (Belgium Packet Service)
  • Construct Data
  • Custom Contact Nederland (bedrijvenonline.nu)
  • DAD - Deutscher Adressdienst / Registre Internet belge
  • Easy Pages Ltd / European www register
  • Edition Hekking Cornélis
  • Euro Business Guide
  • Euroguide.de
  • European City Guide
  • Expo Guide
  • Global Earth Register
  • Globe Trade Control
  • Guide pour la ville
  • Index-Entreprise / Etude Grivière SAO France
  • Inet Biz Solutions
  • Intercable Verlag
  • IRD
  • MCH Printing Services / International Publicity Services
  • Media Belgique Design
  • Media Connect
  • Media Group Vlaanderen
  • Media Print
  • Nederland Media Register
  • Nieuwe Bedrijvengids / Belga Marketing / Internet Bedrijvengids / Annuaire pro
  • Pan World Life
  • Print Media Group / Plattegrond
  • Registre des Branches professionnelles
  • Service-pro / Eurl Media Press
  • TM - Collections
  • TVV - Tele Verzeichnis Verlag / Ondernemings Portaal
  • United Lda / Nova Channel / Temdi / Med1web
  • World Business Guide
  • World Company Register / World Company Directory
  • WZD - Wolf SW / Banque Centrale des données économiques
  • Yellow-Pages


Klacht indienen
Bent u jammer genoeg het slachtoffer geweest van dit bedrog, dan kunt u klacht indienen:
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Controle en Bemiddeling
Centrale Diensten – Front Office
NG III, 3e verdieping  
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel.: 02 277 54 84
Fax: 02 277 54 52
E-mail: eco.inspec.fo@economie.fgov.be

U kunt ook klacht indienen bij de gerechtelijke overheden, via uw plaatse

Is een ontslag om dringende reden gebaseerd op onrechtmatig verkregen bewijs mogelijk?

Vraag aan een expert
Katrien Depuydt, Legal expert

Een controle van de computer brengt aan het licht dat een werknemer zijn computer bijna uitsluitend gebruikt voor privé doeleinden (chatten, privaat e-mailverkeer, surfen,…). Kan dit een ontslag om dringende reden rechtvaardigen?

Wat indien een werkgever aan de hand van camerabeelden te weten komt dat een werknemer steelt? Mag de werkgever zich op deze beelden beroepen om een ontslag om dringende reden in te roepen?

Hoe ver reikt m.a.w. het recht op privacy van de werknemer en waar begint het controlerecht van de werkgever?

Is er een evolutie merkbaar?

Traditioneel werd bewijsmateriaal dat door de werkgever werd bekomen in strijd met de privacywetgeving steeds door de feitenrechters uit de debatten geweerd.

De recente rechtspraak neigt er toe het absoluut recht op privacy te doorbreken en dit zowel in strafzaken als in burgerlijke zaken.

Op 2 maart 2005 heeft het Hof van Cassatie in een strafzaak toegestaan dat de rechter zich baseerde op camerabeelden. Dit hoewel de informatieprocedure van de werknemers, voorafgaand aan het gebruik van de camera’s, niet werd gerespecteerd (1).

In een arrest van 10 maart 2008 sprak ons hoogste rechtscollege zich voor de eerste maal in een arbeidszaak principieel gunstig uit over het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs. Het betreft een zaak van de RVA tegen een werkloze werknemer, die arbeid zou verricht hebben gedurende zijn werkloosheid. Het Hof van Cassatie aanvaardde in deze zaak de geldigheid van een door de RVA aangewend proces-verbaal, alhoewel de RVA dit proces-verbaal had verkregen zonder machtiging van het bevoegd openbaar ministerie (2).

Eveneens het Arbeidshof te Antwerpen erkende in een arrest van 27 mei 2008 de geldigheid van het onrechtmatig verkregen bewijs. Het bewijs werd verkregen door kennisname van e-mails met miskenning van de toepasselijke regels inzake de controle van e-mails (3)

Welke voorwaarden moeten vervuld zijn?

Volgens voormelde rechtspraak kan onrechtmatig verkregen bewijs in een geschil (strafrechtelijk of arbeidsrechtelijk) gebruikt worden indien volgende drie voorwaarden vervuld zijn:

  • de bepaling die miskend werd door de werkgever is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid
  • de onrechtmatigheid tast het recht op een eerlijk proces niet aan
  • de onrechtmatigheid tast de betrouwbaarheid van het bewijs niet aan


Wat is de conlusie?

Het principe blijft dat onrechtmatig verkregen bewijs voor een ontslag om dringende reden niet toelaatbaar is.

Of onrechtmatig verkregen bewijs al dan niet in overweging mag genomen worden door de rechter om een ontslag om dringende reden te rechtvaardigen, hangt af van voormelde drie criteria. De rechter moet geen rekening houden met het onrechtmatig verkregen bewijs. Hij is vrij te oordelen of hij het al dan niet aanvaardt.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 10 maart 2008 opent voor de rechters de mogelijkheid om, in tegenstelling tot vroeger, ook onrechtmatig verkregen bewijs in aanmerking te nemen bij de beoordeling over de rechtmatigheid van een ontslag om dringende reden.

(1) Cass. 2 maart 2005, RABG 2005, afl. 13, 1161.
(2) Cass. 10 maart 2008, http://www.juridat.be
(3) Arbh. Antwerpen 27 mei 2008, A.R. 2070493, onuitg.

Over het Sociaal Secretariaat HDP


HDP Sociaal Secretariaat maakt deel uit van de HDP-AristA groep. De 870 medewerkers van de HDP-AristA groep bieden aan meer dan 280.000 werkgevers, die samen meer dan 375.000 mensen in dienst hebben, en 36.000 zelfstandigen diensten aan met betrekking tot het opstarten van een bedrijf, het beheer van het sociaal statuut van zelfstandigen, het personeelsbeleid, welzijn op het werk, opleidingen en seminaries.

U vindt meer inlichtingen op de website www.hdp-arista.be.

Perscontact
Delphine Motte
Communication consultant
T 09 282 12 76
G 0475 37 32 55
E delphine.motte@hdp.be

Mag ik mijn klant voor de vrederechter oproepen?

De Heer L.P. van Brussel vraagt ons : "Onlangs zei een collega mij dat in geval van geschil met een klant, hij deze voor de vrederechter liet oproepen voor een verplichte poging tot minnelijke schikking, teneinde deze klant te intimideren. Kunt u mij hierover uitleg geven?"

De vrederechter is de rechter die het dichtst bij de bevolking staat. Hij is bevoegd voor problemen in uw gezinsleven, uw buurtbewoners en uw woning. Hij probeert ook steeds een oplossing op mensenmaat voor te stellen, het liefst in overleg met alle partijen. Het vredegerecht is een burgerlijk gerecht, dat wil zeggen dat er geen strafzaken gepleit worden. U kunt een vredegerecht vinden in elke gerechtelijk kanton: het zijn er 225 in totaal.

Griffie

De griffie is in feite het secretariaat van de rechtbank. Elk vredegerecht heeft een griffie die bestaat uit een hoofdgriffier, een griffier, één of meerdere adjunct-griffiers en griffiepersoneel. De meeste griffies zijn open tijdens de kantooruren, maar informeer vooraf naar de openingsuren of maak een afspraak. Op de griffie kunt u alleen inlichtingen krijgen: zij geven u geen raad of advies.

Bevoegdheden

De vrederechter heeft een honderdtal specifieke bevoegdheden. Die kunt u terugvinden in het Gerechtelijk Wetboek. Dit zijn alvast de belangrijkste bevoegdheden:

  • geschillen in verband met huur of verhuur;
  • geschillen over het gemeenschappelijk gebruik, onderhoud, of beheer van appartementsgebouwen;
  • burenruzies;
  • geschillen in verband met de herziening van onderhoudsgelden na een echtscheiding;
  • geschillen in verband met kleine nalatenschappen (kleiner dan 1860 EUR);
  • gedwongen opname in gesloten instellingen van geesteszieken en de regeling voor hun verblijf;
  • voogdij en adoptie.


De vrederechter is ook in alle andere zaken bevoegd, zolang het bedrag van de vordering kleiner is dan 1860 EUR, behalve als het gaat om geschillen tussen werknemers en werkgevers.

Territoriale bevoegdheid

Het is niet altijd gemakkelijk om te weten welke vrederechter bevoegd is. Wanneer u een huur- of appartementsgeschil hebt, dan is de vrederechter van de plaats waar het gehuurde goed of appartement ligt, bevoegd. Bij familiezaken bepaalt de laatste (echtelijke) woonplaats bij welke vrederechter u moet zijn.

Als u twijfelt, neemt u best contact op met het vredegerecht in uw buurt of raadpleeg de website van de FOD Justitie: www.just.fgov.be.

Verzoening

Wanneer u geprobeerd heeft om het geschil uit te praten en ook aangetekende brieven geen oplossing bieden, kunt u voor u een echt proces aanspant bij de vrederechter een verzoening aanvragen. Deze manier van werken is goedkoper – want het is gratis – en sneller.

Vrederechters zijn uitermate geschikt om geschillen op te lossen: ze hebben een juridische achtergrond, praktijkervaring en de psychologische kennis om partijen te kunnen verzoenen. Zij kunnen dit natuurlijk alleen doen in geschillen waarvoor zij bevoegd zijn.

Proces

Wanneer er niets anders meer opzit, dan kunt u een proces aanspannen. In de meeste gevallen moet u daarvoor 'rolrecht' betalen. Het rolrecht is de vergoeding voor het openen van een dossier bij de rechtbank. Meestal bedraagt dit ongeveer 35 EUR.

Onder welke voorwaarden mag ik vergelijkende reclame maken?

De Heer X.V. van Antwerpen vraagt ons: "Ik zou mijn diensten willen promoten via publiciteit. Het zou sinds enkele jaren toegestaan zijn, zelfs voor zelfstandige beroepen, vergelijkende reclame te maken. Kunt u me hierover meer vertellen ? "

De Heer X.V. van Antwerpen vraagt ons: "Ik zou mijn diensten willen promoten via publiciteit. Het zou sinds enkele jaren toegestaan zijn, zelfs voor zelfstandige beroepen, vergelijkende reclame te maken. Kunt u me hierover meer vertellen ? "

 

Antwoord

De wet van 25 mei 1999 laat vergelijkende reclame voor handelaars toe.

Handelaars

Deze wordt gedefinieerd als reclame die impliciet of uitdrukkelijk verwijst naar een concurrent of naar producten of diensten aangeboden door een concurrent. Zij is niet bedrieglijk wanneer zij diensten vergelijkt die beantwoorden aan dezelfde noden of die hetzelfde doel hebben, dat zij slaat op pertinente en objectief vergelijkbare elementen (waarvan de prijs deel kan uitmaken), dat zij geen aanleiding geeft tot verwarring op de markt tussen degene die ze aankondigt en een concurrent, en dat zij geen belastering of diskrediet van de concurrent tot gevolg heeft. Zij mag ook geen profijt halen uit de verwijzing naar een bekend merk, zij mag een product of een dienst niet voorstellen als zijnde een imitatie van een product of een dienst met een beschermde naam of merk en ze mag geen betrekking hebben op producten met dezelfde benaming.

Vrije beroepen

De wet van 2 augustus 2002 voert de bepalingen inzake misleidende en vergelijkende reclame in, in de mate dat deze aangelegenheden betrekking hebben op de vrije beroepen.

Opdat er sprake zou zijn van vergelijkende reclame is het niet noodzakelijk dat de reclame daadwerkelijk een vergelijking inhoudt. Het is voldoende dat een andere vrije beroepsbeoefenaar in de reclame uitdrukkelijk of stilzwijgend wordt genoemd. Vergelijkende reclame inzake vrije beroepen is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op voorwaarde dat zij:

  • niet misleidend is;
  • betrekking heeft op goederen of diensten die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel zijn bestemd;
  • betrekking heeft op een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en  representatieve kenmerken van deze goederen en diensten, waartoe ook de prijs kan behoren, die op objectieve wijze met elkaar worden vergeleken;
  • niet ertoe leidt dat op de markt de adverteerder met een concurrent, of merken, namen, of andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten van de adverteerder met die van een concurrent worden verward;
  • niet de goede naam schaadt van of zich niet kleinerend uitlaat over de merken, namen, andere onderscheidende kenmerken, goederen, diensten, activiteiten of omstandigheden van een concurrent;
  • voor producten met een benaming van oorsprong in elk geval betrekking heeft op producten met dezelfde benaming;
  • geen oneerlijk voordeel oplevert ten gevolge van de bekendheid van een merk, naam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent dan wel van de oorsprongsbenamingen van concurrerende producten;
  • geen goederen of diensten voorstelt als imitatie of namaak van goederen of diensten met een beschermd merk of beschermde naam.

Bij elke vergelijking die verwijst naar een speciale aanbieding moet duidelijk en ondubbelzinnig het begin en het einde van de speciale aanbieding vermeld staan. Minstens gaat het dan om de mededeling dat de aanbieding loopt zolang de voorraad strekt of de diensten kunnen worden geleverd.

Belangrijk is dat de principiële mogelijkheid van vergelijkende reclame door strengere wetten kan aan banden gelegd worden. Ook kunnen de beroepsregulerende overheden (zoals de ordes van advocaten, van geneesheren, van apothekers…) de vergelijkende reclame verbieden of beperken voor zover dit nodig is om de waardigheid en de deontologie van het betrokken beroep te vrijwaren.

Wat omvat de basiskennis bedrijfsbeheer?

De Heer J.O. van Antwerpen vraagt ons : "Mijn zoon heeft zich gevestigd als zelfstandige. Hij is dus naar een bedrijfsloket gegaan waar men hem gevraagd heeft of hij beschikte over de basiskennis bedrijfsbeheer. In mijn tijd bestond dit niet. Kunt u mij uitleggen wat dit betekent ?"

Iedere handels- of ambachtsonderneming (zowel natuurlijk persoon als rechtspersoon) moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen bij de aanvraag tot inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Het is van geen belang of het gaat om een activiteit in hoofd- of bijberoep.

 

Inhoud

De basiskennis bedrijfsbeheer omvat noties van:

  • ondernemend denken en ondernemerscompetenties.
  • elementaire kennis van:
    • recht.
    • boekhoudkundige, financiële en fiscale aspecten.
    • commercieel beheer.
    • wetgeving.

U vindt het volledige programma in art. 6 van het koninklijk besluit van 21/10/1998.

Het ondernemingsloket waar u de inschrijving in de KBO vraagt, moet nagaan of de onderneming aan de voorwaarden voldoet.

 

Uitzonderingen en vrijstellingen

Volgende ondernemingen moet de basiskennis bedrijfsbeheer niet bewijzen:

  • de onderneming die geen kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de kmo-programmawet van 10/02/1998,
  • de onderneming die geen handels- of ambachtsactiviteiten uitoefent,
  • de onderneming die een dienstverlenend intellectueel beroep uitoefent gereglementeerd door de kaderwet van 1 maart 1976 (bvb. de accountant, de vastgoedmakelaar, de fiscaal expert),
  • de onderneming die een activiteit uitoefent met eigen voorwaarden op het vlak van de basiskennis bedrijfsbeheer (bvb. de vervoerder van personen of goederen),
  • de onderneming voor directe verkoop,
  • de onderneming die als handels- of ambachtsonderneming was ingeschreven in de KBO op 1/1/1999,
  • de overnemer van een bestaande zaak (gedurende één jaar),
  • de overlevende echtgenoot van een overleden ondernemingshoofd,
  • de overlevende wettelijke samenwonende van een overleden ondernemingshoofd,
  • de overlevende partner van een overleden ondernemingshoofd die minstens zes maanden samenwoonde met dat overleden ondernemingshoofd,
  • de kinderen van het overleden ondernemingshoofd gedurende een periode van drie jaar,
  • ingeval van een vennootschap en voor zover hij/zij benoemd is tot verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur:
  •  
    • de overlevende echtgenoot van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur,
    • de overlevende wettelijk samenwonende van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur,
    • of de overlevende partner van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur voor zover hij er sinds minstens zes maanden mee samenwoonde.

Wie moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

  • De onderneming is een natuurlijk persoon: bij voorkeur het ondernemingshoofd zelf. Als dat niet mogelijk is, kan één van volgende personen de basiskennis bedrijfsbeheer in zijn plaats bewijzen:
    • de echtgenoot of echtgenote,
    • de wettelijk samenwonende partner,
    • de partner met wie hij minstens zes maand samenwoont,
    • een personeelslid met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur,
    • een zelfstandig helper.
  • De onderneming is een rechtspersoon (vennootschap): de natuurlijke persoon die het dagelijks bestuur uitoefent. Bijvoorbeeld:
    • in een bvba: de zaakvoerder,
    • in een nv: de afgevaardigd bestuurder

De onderneming voldoet aan de vereiste zolang de natuurlijke persoon die de basiskennis bedrijfsbeheer bewijst, er actief blijft. Wanneer hij de onderneming verlaat, moet de onderneming haar situatie binnen de zes maand na dat vertrek regulariseren, bij een ondernemingsloket.

 

Hoe de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

De basiskennis bedrijfsbeheer kan op twee manieren bewezen worden.

1.      Een diploma of akte: artikel 7 van het koninklijk besluit van 21/10/1998 bepaalt welke akten in aanmerking komen. Voor akten die u daar niet terugvindt, kunt u de diplo-databank consulteren.

2.      Voldoende praktijkervaring: enkel praktijk opgedaan in de laatste vijftien jaar in één van de volgende ondernemingen komt in aanmerking:

  1.  
    • in een nijverheidsonderneming,
    • in een handelsonderneming,
    • in een ambachtsonderneming,
    • in een onderneming met land- of tuinbouwactiviteiten.

U moet volgend aantal jaren ervaring bewijzen:

  • als zelfstandig ondernemingshoofd:
    • in hoofdberoep: drie jaar
    • in bijberoep: vijf jaar
  • als verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur zonder arbeidsovereenkomst:
    • in hoofdberoep: drie jaar
    • in bijberoep: vijf jaar
  • als bediende in een leidende functie: vijf jaar
  • als zelfstandig helper: vijf jaar

Onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (Europese Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) of Zwitserland, kunnen de basiskennis bedrijfsbeheer ook bewijzen met een EG-verklaring. Dit is een verklaring uit het land van herkomst over de praktijkervaring en eventueel de schoolse opleiding van de betrokkene.

Wie geen geldig diploma of voldoende praktijkervaring heeft, kan het examen basiskennis bedrijfsbeheer afleggen bij de Centrale Examencommissie .

 

Waar deze basiskennis bewijzen?

Alleen een erkend ondernemingsloket is bevoegd en dat naar aanleiding van een aanvraag tot inschrijving als handels- of ambachtsonderneming in de KBO.

Wanneer het ondernemingsloket de aanvraag tot (wijziging van) de inschrijving weigert, kan de onderneming tegen die beslissing in beroep gaan bij de Vestigingsraad. Dat moet gebeuren binnen de dertig dagen na betekening van de weigeringsbeslissing door het loket.

 

Kosten

Het inschrijvingsrecht bij het ondernemingsloket bedraagt 75 euro voor:

  • de inschrijving als handels- of ambachtsonderneming van een natuurlijke of rechtspersoon,
  • de inschrijving van een bijkomende vestigingseenheid (per vestigingseenheid),
  • de wijziging of de doorhaling (per vestigingseenheid).

Sancties

De onderneming die in overtreding is, kan worden veroordeeld tot een geldboete, zelfs tot sluiting. Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie.

Welk statuut heeft een helper van een zelfstandige?

De Heer K.N. van Brugge vraagt ons: "Ik zou mij in mijn handelszaak zo nu en dan willen laten bijstaan door een kennis. Wat zal het sociaal statuut van deze persoon zijn ? »

Ieder persoon die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, zonder met deze zelfstandige verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst, wordt beschouwd als een helper. Indien er een band van ondergeschiktheid zou zijn, dan zou de regeling voor werknemers van toepassing zijn.

Uit deze definitie volgt dat een natuurlijke persoon geen rechtspersoon (bv. een vennootschap) kan bijstaan.

De hulp kan bestaan uit ondersteuning of plaatsvervanging. De hulp moet altijd verstrekt worden voor rekening van de zelfstandige (anders zou men de helper als een eigenlijke zelfstandige kunnen beschouwen). De helper hoeft niet noodzakelijk een familieband met de zelfstandige te hebben, al is dit vaak het geval.

Het sociaal statuut van de zelfstandigen is niet van toepassing op de helper wanneer hij:

  • een occasionele (niet-regelmatige) en tijdelijke activiteit van minder dan 90 dagen per jaar uitoefent;
  • de leeftijd van 20 jaar niet bereikt heeft in de loop van het jaar waarin hij de activiteit uitoefent. In geval van een huwelijk is de helper onderworpen vanaf het kwartaal waarin het huwelijk plaatsvindt;
  • een activiteit uitoefent als kinderbijslaggerechtigde student (minder dan 80 uren per maand).


De meewerkende echtgenoot

De wetgever veronderstelt dat iemand meewerkende echtgenoot is wanneer hij de partner is van een zelfstandige (huwelijk of contract van wettelijke samenwoning) en wanneer hij:

  • zijn partner effectief helpt (op regelmatige basis of ten minste 90 dagen per jaar);
  • en geen eigen inkomen heeft uit een andere beroepsbezigheid, noch een vervangingsinkomen dat recht geeft op een volledige bescherming door de sociale zekerheid.


Wanneer het vermoeden niet weerlegd wordt en de persoon de zelfstandige echtgenoot effectief helpt, is het statuut van meewerkende echtgenoot van toepassing. In dat geval moet een aansluitingsverklaring als meewerkende echtgenoot ingediend worden.

Sinds 1 juli 2005 is de meewerkende echtgenoot verplicht toe te treden tot het ‘maxi-statuut’ t.t.z. het volledige sociaal statuut der zelfstandigen (met uitzondering van de sector faillissementsverzekering). Daardoor geniet hij een betere bescherming dan in het verleden: pensioen, gezinsbijslag, geneeskundige verzorging, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en moederschap.

Opgelet: voor meewerkende echtgenoten geboren voor 1956 blijft het maxi-statuut facultatief. Enkel het mini-statuut is voor deze persoon verplicht. In het kader van dit mini-statuut is de meewerkende echtgenoot enkel verzekerd voor arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en moederschap.

Het statuut van meewerkende echtgenoot is niet van toepassing op:

  • partners van zelfstandige bedrijfsleiders. Deze uitzondering heeft te maken met het feit dat er geen inkomen van meewerkende echtgenoot toegekend kan worden aan de echtgenoot van de persoon die door de belastingsdiensten beschouwd wordt als bedrijfsleider;
  • partners die als nog actieve werknemer, ambtenaar of zelfstandige, of als gerechtigde op een vervangingsinkomen eigen socialezekerheidsrechten doen ontstaan;
  • partners die geen effectieve bijstand leveren aan hun zelfstandige echtgenoot of partner. In dit geval moet de betrokkene een verklaring op erewoord afleggen waarbij wordt aangegeven dat geen enkele effectieve bijstand wordt geleverd.


Info
 
Rijksinstituut voor de Sociale verzekering der Zelfstandigen
Jan Jacobsplein 6
1000 Brussel
Tel.: 02 546 42 11
Fax: 02 511 21 53
E-mail: info@rsvz-inasti.fgov.be

Welke zijn de belangrijkste verjaringstermijnen?

De Heer L.V. uit Sint Truiden vraagt ons: "Kunt u mij voor de meest gangbare schuldvorderingen, de verjaringstermijnen mededelen ? »

Hier vind u de tijdsduur van enkele gebruikelijke verjaringstermijnen.

 

Aard van de schuld

Termijn

Opmerkingen

Huurovereenkomst woning huur

5 jaar

B.W. art. 2277

Aanpassing huur levensduurte

1 jaar

B.W. art. 2273

Eis van de huurder tot verhaal van de onterecht betaalde bedragen

1 jaar

B.W. art. 1728 quat en 2273

Verhaal mogelijk voor bedragen die tot hoogstens vijf jaar voor het instellen van de eis betaald werden

Krediet





Kapitaal

10 jaar

B.W. art. 2262 bis

Intresten

5 jaar

B.W. art. 2277

Verzekeringen

 

 

Vordering voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst

3 jaar

Wet 25 juni 1992, art. 34
De termijn loopt hetzij vanaf de datum van het schadegeval, hetzij vanaf het kennisnemen ervan (max. 5 jaar)
De verjaringstermijn wordt onderbroken indien de aangifte ten gepasten tijde gebeurde, tot het schriftelijk antwoord van de verzekeraar

Premies

3 jaar

Wet 25 juni 1992, art. 34

Rechtstreekse vordering vanwege het slachtoffer (BA)

5 jaar

Wet 25 juni 1992, art. 34 zelfde opmerking (max. 10 j.)
De verjaringstermijn wordt onderbroken als de verzekeraar op de hoogte is van de wens van het slachtoffer om vergoed te worden : de onderbreking stopt bij schriftelijk antwoord vanwege de verzekeraar

Vordering i.v.m. de reserve bij levensverzekering

30 jaar

Wet 25 juni 1992, art. 34

 

 

 

Alimentatie

5 jaar

B.W. art. 2277

Medische verzorging

2 jaar

B.W. art. 2277 bis
Vanaf het einde van de maand volgend op de verstrekking

Prijzen van uiteenlopende goederen en diensten

 

 

Prijzen van goederen, verkocht door handelaars aan particulieren

1 jaar

B.W. art. 2272, wet 1 mei 1913,
art. 5
Vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de verkoop plaats vond

Prijzen van door ambachtslui geleverd werk

1 jaar

Wet 1 mei 1913, art. 5
Vanaf het einde van het kalenderjaar waarin het werk verricht werd

Water-, gas- en elektriciteitsrekeningen

5 jaar

B.W. art. 2277

Justitie

 

 

Advocaten

5 jaar

B.W. art. 2276 bis
Vanaf het einde van hun opdracht

Schuldbemiddelaars

5 jaar

Ger. W. 2276 quater

Gerechtsdeurwaarders

1 jaar

B.W. art. 2272
Voor de rechtsvordering tot betaling van hun loon voor de akten die zij betekenen, en voor de opdrachten die zij uitvoeren.

Gerechtsdeurwaarders

2 jaar

B.W. art. 2276
Vanaf de uitvoering van hun opdracht of de betekening van de akten waarmee zij belast waren, zijn de gerechtsdeurwaarders niet meer verantwoordelijk voor de stukken.

Uitvoerbaarheid vonnis

10 jaar

B.W. art. 2262 bis

 

Bron : Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders  - www.gerechtsdeurwaarders.be

Welke zijn de voordelen van een groepering van werkgevers?

De Heer P.G. van Hasselt vraagt ons: "Ik heb personeel nodig om mij enkele uren per week bij te staan. Dit brengt veel kosten en administratie mee, terwijl het zeer moeilijk is een gepaste kandidaat te vinden. Ik heb horen spreken van een originele formule : de groepering van werkgevers. Waarover gaat dit precies ?"

Sommige bedrijven hebben inderdaad regelmatig nood aan seizoen-of deeltijdse werknemers (bvb. : een boekhouder één dag per week, een secretaris voor twee dagen per week, een grafist voor 2,5 dagen per week,…), maar vinden deze arbeidskrachten niet. Bovendien wensen deze bedrijven slechts de bezoldigingskosten te dragen ten belope van de in hun bedrijven gepresteerde arbeidsuren. Ook wensen zij regelmatig dezelfde tijdelijke werknemers tewerk te stellen (tijds- en geldbesparing). De groepering van werkgevers is de oplossing voor deze bedrijven !
 
Een groepering van werkgevers is een vennootschap die het gebruik van tijdelijke gemeenschappelijke handenarbeid tot doel heeft waardoor de kosten voor deze handenarbeid verdeeld worden onder de leden van de groepering. De onderneming heeft de volgende kenmerken:

  • zij wordt steeds opgericht door andere ondernemingen;
  • de arbeidsduur van de loontrekkenden wordt verdeeld onder de leden van de groepering;
  • zij heeft geen winstgevend doel maar beoogt een betere werking van de leden;
  • zij heeft de vorm aangenomen van een economisch samenwerkingsverband.


Elke natuurlijke of rechtspersoon van publiek of privaatrecht kan dergelijke groepering oprichten mits de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • een economische activiteit hebben;
  • de deelname aan de groepering moet overeenstemmen met het sociaal doel van de onderneming;
  • geen bank zijn;
  • ten minste met twee zijn;
  • een oprichtingsovereenkomst tekenen.


De groepering van werkgevers moet:

  • een benaming hebben, een sociale zetel, statuten opstellen en deze neerleggen bij de griffie van de handelsrechtbank en deze publiceren in het staatsblad;
  • een btw-nummer hebben, zich inschrijven in de KBO en indien de onderneming een handelsdoel heeft, zich inschrijven in het register van de economische  samenwerkingsverbanden bij de handelsrechtbank;
  • een bankrekening openen;
  • toelating vragen aan de minister van Arbeid en Tewerkstelling om de werknemers ter beschikking te stellen van de gebruikers, een aansluitingsnummer vragen bij de RSZ en een verzekeringspolis afsluiten tegen arbeidsongevallen;
  • een reglement van inwendige orde en een financieel plan opstellen.


De groepering van werkgevers wordt gekenmerkt door de solidaire financiële verantwoordelijkheid van de leden wat inhoudt dat de totaliteit van de schulden kan verhaald worden op elk lid. Deze financiële verantwoordelijkheid is niet volledig en absoluut:

  • zij is subsidiair: om een lid te kunnen vervolgen moet de groep eerst veroordeeld zijn;
  • zij is moduleerbaar: de overeenkomst kan voorzien in verschillende categorieën leden en bepalen op welke wijze elk van hen tussenkomt in het gedeelte van de schulden dat de inkomsten overtreft;
  • zij is deelbaar: behalve indien anders bepaald in de overeenkomst worden de schulden verdeeld in gelijke delen zodat de schuldeiser niet kan kiezen op wie hij de schuld verhaalt;
  • zij is tijdelijk: verjaring van 5 jaar.


Wanneer een nieuw lid aangeworven wordt zal een bijlage in de overeenkomst hem ontlasten van de solidaire verantwoordelijkheid voor het verleden. Om tegenstelbaar te zijn aan derden moet deze ontlasting gepubliceerd worden in het BS. In het geval van uitsluiting of vertrek is het oude lid niet meer solidair verantwoordelijk voor de handelingen van de groepering na de datum van zijn vertrek of uitsluiting.

Het profiel van de werknemers is dit van het activaplan.

© SDZ - Drukpersstraat 4 - 1000 Brussel | T 02 652 26 92 | E web@sdz.be