Vraag – Antwoord

"Een student aanwerven tijdens de vakantie"

De Heer S.K. van Brussel vraagt: « Ik zou deze zomer een student willen aanwerven voor de periode dat mijn personeelsbezetting laag is. Kunt u mij de reglementering hieromtrent uitleggen ? »

Een schriftelijke overeenkomst is verplicht. 
De werkgever moet zorgen voor het onthaal en de begeleiding van de student. Dit bevordert de aanpassing en de integratie van de student en zorgt ervoor dat de student zijn werk behoorlijk kan uitvoeren.
Zo moet de student bij het onthaal of de indiensttreding,  geïnformeerd worden over:
de activiteit en de algemene structuur van de onderneming;
de taken en activiteiten van de student in de onderneming, en de eventuele risico’s die eraan verbonden zijn;
de naam van zijn hiërarchische verantwoordelijke;
de plaats van zijn werkposten;
uitleg over eerste hulp, brandbestrijding, evacuatie;
de organisatie van de preventie en de preventiemaatregelen betreffende gezondheid en veiligheid in de onderneming en bij de werkpost van de student;
het gebruik van de machines, van de arbeidsuitrusting en van de individuele beschermingsuitrusting, het dragen van arbeidskledij;
de gegevens van de sociale diensten en van de personeelsdienst, de organisatie van de pauzes.
 
De werkgever of een ervaren werknemer moet de student begeleiden. De werkgever of de aangestelde persoon ondertekent een document dat aantoont dat de informatie en instructies over het welzijn op het werk werden verstrekt, begrepen en in de praktijk gebracht.

Een schriftelijke overeenkomst is verplicht. 
De werkgever moet zorgen voor het onthaal en de begeleiding van de student. Dit bevordert de aanpassing en de integratie van de student en zorgt ervoor dat de student zijn werk behoorlijk kan uitvoeren.
Zo moet de student bij het onthaal of de indiensttreding,  geïnformeerd worden over:de activiteit en de algemene structuur van de onderneming;de taken en activiteiten van de student in de onderneming, en de eventuele risico’s die eraan verbonden zijn;de naam van zijn hiërarchische verantwoordelijke;de plaats van zijn werkposten;uitleg over eerste hulp, brandbestrijding, evacuatie;de organisatie van de preventie en de preventiemaatregelen betreffende gezondheid en veiligheid in de onderneming en bij de werkpost van de student;het gebruik van de machines, van de arbeidsuitrusting en van de individuele beschermingsuitrusting, het dragen van arbeidskledij;de gegevens van de sociale diensten en van de personeelsdienst, de organisatie van de pauzes. De werkgever of een ervaren werknemer moet de student begeleiden. De werkgever of de aangestelde persoon ondertekent een document dat aantoont dat de informatie en instructies over het welzijn op het werk werden verstrekt, begrepen en in de praktijk gebracht.

Arbeidsreglement
Op de eerste arbeidsdag moet de student een kopie ontvangen van het arbeidsreglement (het gaat om een verplicht document). Dit reglement beschrijft de bijzondere rechten en plichten van de werkgever en van de werknemer en regelt de specifieke arbeidsvoorwaarden in de onderneming. Bij het overhandigen van het arbeidsreglement moet de werkgever een bewijs van ontvangst laten ondertekenen door de student.

Arbeidsduur en rusttijd
De tewerkstellingsovereenkomst voor studenten en het arbeidsreglement moeten duidelijk de arbeidsduur bepalen, dit wil zeggen de tijd waarin de werknemer ter beschikking staat van een werkgever. De normale arbeidsduur bedraagt 8 uren per dag en maximaal 40 uren per week. In de privé-sector geldt een arbeidstijdvermindering tot 38 uren per week. Er bestaan uitzonderingen voor bepaalde sectoren, zoals de horeca.

Studenten hebben ook recht op pauzes en rusttijden. De regels zijn verschillend voor studenten jonger en ouder dan 18 jaar:
- jonger dan 18 jaar
Het is verboden voor jongeren onder de 18 jaar om meer dan acht uren per dag te werken en om bijkomende arbeid te verrichten (behalve sommige afwijkingen). Deze jongeren mogen ook niet zonder onderbreking werken gedurende meer dan vier uur en een half. Als de arbeidstijd meer dan vier uur en een half bedraagt, hebben zij recht op een half uur rust. Als de arbeidstijd meer dan zes uren bedraagt, duurt de rust een uur, waarbij een half uur in een keer moet worden genomen. Er moet een rusttijd van 12 opeenvolgende uren zijn tussen twee dagprestaties.

- 18 jaar en ouder 
Studenten van 18 jaar en ouder moeten een pauze krijgen wanneer hun arbeidsduur meer dan zes uren bedraagt. De duur en de modaliteiten van deze pauze moeten worden ingeschreven in het arbeidsreglement. De duur is in principe minimaal 15 minuten behalve als een collectieve arbeidsovereenkomst een andere duur vaststelt. Overigens moet er een rusttijd van ten minste 11 opeenvolgende uren zijn tussen twee dagprestaties.

Loon
Om het loon van de student te bepalen, moet men weten hoeveel het minimumloon is in de sector waarin hij werkt. Als er geen loonschaal is voorzien, heeft de student recht op het «gemiddeld minimummaandinkomen». Dit interprofessioneel minimumloon is verplicht vanaf het ogenblik dat de student tewerkgesteld is tijdens periodes langer dan een kalendermaand.

Zon- en feestdagen
Jongeren onder 18 jaar mogen niet worden tewerkgesteld op zondag of betaalde feestdagen, behalve in de hieronder opgesomde gevallen. Bovendien hebben zij recht op een bijkomende verlofdag die onmiddellijk volgt op of voorafgaat aan de zondag.
Jongeren onder 18 jaar mogen:
- Hun medewerking verlenen als acteur of figurant:
Aan manifestaties van culturele, wetenschappelijke, educatieve of artistieke aard;
Aan modedefilés en presentaties van kledingcollecties;
- Deelnemen aan sportmanifestaties.
- Werken tijdens de kerst- en paasvakantie en tijdens de periode van Pinksterzondag tot 30 september in de volgende ondernemingen gevestigd in de badplaatsen en luchtkuuroorden, en in de toeristische
centra:

  • kleinhandel;
  • kapsalons;
  • vermakelijkheidsbedrijven en openbare spelen;
  • verhuurbedrijven van boeken, stoelen en middelen van vervoer;

- Werken in de ondernemingen die ressorteren onder het nationaal paritair comité voor het
hotelbedrijf;
- Werken als arbeiders in de bakkerijen;
- Werken om het hoofd te bieden aan een ongeval dat gebeurd is of dat dreigt te gebeuren;
- Werken om dringende werkzaamheden uit te voeren aan het materiaal of werkzaamheden die
ontstaan door een onvoorziene noodzaak om te voorkomen dat de normale werking van de exploitatie
wordt verhinderd.
Zelfs in geval van afwijking kunnen zij niet meer dan een zondag op twee worden tewerkgesteld (behalve voorafgaande toestemming van de diensten van het Toezicht op de Sociale Wetten).
In ieder geval mag de wekelijkse rust van de jonge werknemers niet minder bedragen dan 36
opeenvolgende uren.
Bovendien hebben zij, zoals alle werknemers, recht op compensatierust overeenkomstig de wettelijke
regels over de zondagsrust en de betaalde feestdagen.

Betaalde feestdagen
De reglementering over de feestdagen is eveneens van toepassing op de studenten die werken. Dit betekent dus dat de werkgever verplicht is om hen het loon te betalen voor de feestdagen die in de periode van hun tewerkstelling vallen.
Voor de feestdagen die voorkomen na het einde van de arbeidsovereenkomst of van de prestaties, bestaat er een bijzondere behandeling van het loon dat varieert in functie van de duur van de tewerkstelling:
- minder dan 15 dagen: er is geen enkele bezoldiging van de feestdagen die voorkomen na het einde van de arbeidsovereenkomst of van de prestaties;
- van 15 dagen tot een maand, zonder onderbreking toe te schrijven aan de werknemer: de werkgever is verplicht om de bezoldiging te betalen voor de feestdagen die voorkomen tijdens de 14 dagen die volgen op het einde van de overeenkomst of de tewerkstellingsperiode;
- meer dan een maand, zonder onderbreking die toe te schrijven is aan de werknemer: de werkgever is verplicht om de bezoldiging te betalen voor alle feestdagen die voorkomen tijdens de 30 dagen die volgen op het einde van de arbeidsovereenkomst of de tewerkstellingsperiode.

Ziekte
In geval van ziekte moet de student onmiddellijk zijn werkgever op de hoogte brengen van zijn arbeidsongeschiktheid en hem binnen twee dagen een certificaat bezorgen als een collectieve overeenkomst of het arbeidsreglement het voorschrijft of als de werkgever hem erom verzoekt. 

Wat de betaling van het gewaarborgd loon betreft, zijn er twee mogelijkheden:
- Voor de student-arbeider of de student-bediende die in proefperiode is of van wie de overeenkomst gesloten is voor bepaalde tijd of voor een duidelijk bepaald werk van minder dan drie maanden, zal de werkgever geen gewaarborgd loon moeten betalen als de student nog geen maand in dienst is. Na deze periode van een maand dienst, zal de werkgever een gewaarborgd loon moeten betalen gedurende 14 dagen. In geval van ziekte van minder dan 14 ononderbroken dagen, wordt de carensdag (dit wil zeggen de eerste dag ongeschiktheid die samenvalt met een arbeidsdag) niet vergoed.
- Voor de student-bediende die een arbeidsovereenkomst van ten minste drie maanden heeft en niet meer in de proefperiode zit, zal de werkgever een gewaarborgd maandloon moeten betalen. Voor deze groep studenten wordt geen enkele carensdag toegepast.


Arbeidsongeval
In geval van arbeidsongeval of op de weg naar het werk, moet de student onmiddellijk zijn mutualiteit en zijn werkgever verwittigen. De verzekering van de werkgever zal tussenkomen.

Welzijn op het werk en andere beschermingsmaatregelen
Naast de bescherming die wordt geboden door de arbeidsovereenkomst, bevat de arbeidswetgeving eveneens een reeks maatregelen die de student fysiek en sociaal beschermen.

Zo zijn jonge werknemers jonger dan 18 jaar onderworpen aan een reeks beperkingen die te maken hebben met het werk dat zij mogen uitvoeren, nachtarbeid, arbeid op zon- en feestdagen, rusttijden enz. Sommige van deze beperkingen werden eveneens uitgebreid tot werknemers tussen 18 en 21 jaar. 
Overigens omvat arbeid steeds risico’s voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers. Deze risico’s kennen en zich ertegen beschermen maakt het mogelijk om arbeidsongevallen en beroepsziektes te voorkomen. De wettelijke en reglementaire maatregelen inzake welzijn (veiligheid, hygiëne en gezondheid op het werk) zijn talrijk. Elke werkgever moet deze voorschriften toepassen en elke werknemer moet deze naleven.

Sociale zekerheid
Een student krijgt van de overheid elk kalenderjaar een pakket van 475 uur (zijn ‘contingent’) waarin hij minder sociale bijdragen betaalt dan een gewone werknemer.

Met de toepassing Student@work kunt hij nagaan hoeveel uren hij nog over heeft.
Meer dan 475 uur werken is mogelijk, maar dan worden de sociale bijdragen hoger vanaf het 476ste gewerkte uur.

Fiscaliteit
Er is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd op lonen die worden betaald aan studenten:
- die worden tewerkgesteld met een schriftelijke arbeidsovereenkomst;
- die per kalenderjaar niet meer dan 475 uur werken;
- en op voorwaarde dat op die lonen geen sociale bijdragen, met uitzondering van de
solidariteitsbijdrage, verschuldigd zijn.



"Ik moet mijn zelfstandige activiteit stopzetten. Hoe blijf ik in orde met mijn sociale zekerheid?"

De heer F.B. van Hasselt vraagt ons : "Ik ben van plan binnenkort mijn beroepsbezigheid stop te zetten. Hoe kan ik mijn rechten op de sociale zekerheid behouden ? »

Er kunnen verschillende redenen zijn om uw activiteit stop te zetten.

Indien u wegens ziekte of letsels noodgedwongen uw zelfstandige activiteit moet stopzetten, biedt de gelijkstelling u misschien uitkomst. Hierdoor kunt u periodes van inactiviteit laten gelijkstellen met periodes van activiteit. U moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

Ingeval van faillissement of ingeval u ongewild uw activiteit moet onderbreken of stopzetten (bijvoorbeeld bij brand, vernieling van uw gebouw, natuurramp….)  kunt u allicht terugvallen op de voordelen van de sociale faillissementsverzekering.

Bent u pas bevallen en wenst u te genieten van moederschapsrust dan zorgt de gelijkstelling wegens arbeidsongeschiktheid ervoor dat u uw rechten in het sociaal statuut blijft behouden.

De voortgezette verzekering laat u toe om een bepaalde periode waarin u niet beroepsactief bent te overbruggen. Hiervoor moet u wel de vereiste bijdrage betalen aan uw socialeverzekeringsfonds. Op die manier kunt u in totaal 7 jaar overbruggen, bijvoorbeeld tot aan uw pensioenleeftijd.

"Waar ligt het verschil tussen een hobby en een beroepsactiviteit?"

De heer M.P van Leuven vraagt ons: "Sinds enkele jaren schilder ik tijdens mijn vrije tijd schilderen. Zo nu en dan verkoop ik er één. Tegenwoordig krijk ik steeds meer bestellingen. Vanaf wanneer ben ik verplicht een activiteit als beroepsschilder aan te geven?"

Een hobbyist is niet verzekeringsplichtig in het sociaal statuut. Enkel beroepslui zijn onderworpen.

Een beroepsbezigheid is een bezigheid die winst nastreeft en die gewoonlijk wordt uitgeoefend. Het sociaal statuut geeft zelf geen omschrijving van het begrip "beroepsbezigheid". De definitie ervan is geïnspireerd op de fiscale omschrijving van het begrip.

Het RSVZ kijkt altijd naar de feitelijke elementen uit het dossier. Hoe de fiscus de inkomsten uit de bezigheid belast, vormt al een eerste indicatie (het fiscaal vermoeden).

Voorbeeld: Wat is het verschil tussen een paardenliefhebber en een professional?

Een veehandelaar (omzet € 2 miljoen) houdt 3 renpaarden en een kweekmerrie. Hij doet mee aan kleine wedstrijden, waaruit hij het ene jaar € 10 000, het andere jaar € 22 000 prijzengeld haalt.

De fiscus beslist dat het om een professionele renpaardenstal gaat omwille van "de ettelijke uren arbeid" die ermee gemoeid zijn, en ziet ook een verband tussen de veehandel en de bezigheden in de paardensport ("bepaalde installaties en de beroepskennis van de veehandelaar 'kunnen' voor de vrijetijdsbesteding gebruikt worden").

Het Hof van beroep [1] vond dergelijke bewijsvoering van de Belastingen toch wat povertjes want "te weinig concreet en precies". Iemand die paarden houdt en deelneemt aan wedstrijden met geldprijzen, is niet per se beroepsmatig bezig. "Het is initieel een sportieve vrijetijdsbesteding die weliswaar de vorm kan aannemen van een economisch gerichte exploitatie met het verwerven van een inkomen als voornaamste doel".

Het hof wijst erop dat het hele gezin zich met de paardensport bezig houdt: de omvang en de samenstelling van het gezin (3 kinderen = 3 paarden) stemmen overeen met de intensiteit van de bezigheid en met de uitrusting die specifiek is voor de paardensport. Er blijkt geen beroepsmatige aanpak uit of oogmerk van economische exploitatie.

Wanneer de inspectie van het RSVZ met zulk dossier geconfronteerd wordt, zal zij een aantal vragen stellen. In het geval van paardenstallen zouden bijvoorbeeld volgende vragen gesteld kunnen worden:

  • hoe worden de diensten van de veearts in rekening gebracht? (apart voor het vee of globaal voor vee én paarden?)
  • met welk materiaal worden de paarden vervoerd (rollend materiaal van het veebedrijf?)
  • zijn de paardenstallen apart verzekerd ?
  • wordt het personeel (al dan niet) van het veebedrijf ook ingezet bij de verzorging van de paarden?
  • wordt er lokale belasting op 'luxe paarden' betaald? (= recreatiepaarden)
  • wordt beroep gedaan op een beroepsjockey en /of op een professionele verzorger?
  • hoe vaak worden paarden aan- en doorverkocht?
  • hoe vaak wordt deelgenomen aan grote paardenrennen?
  • wat is de verhouding tussen het prijzengeld en de gedane investeringen?

Alle antwoorden samen zullen de dienst verzekeringsplicht een idee moeten geven of er in het concrete geval wel degelijk sprake kan zijn van een geheel van onderling verbonden activiteiten die gewoonlijk uitgeoefend worden, voldoende talrijk en belangrijk zijn, en gesteld worden met het oogmerk om winst te maken (ook al wordt er de facto geen winst gerealiseerd).

Hoe kan ik de sommen terugkrijgen die ik teveel aan mijn verhuurder heb betaald?

De hieronder beschreven regels zijn toepasselijk op alle huurovereenkomsten en zijn verplichtend.

Het gebeurt dat de huurder omwille van een regeling van de huurprijs of van de lasten sommen heeft betaald die hij niet verschuldigd was of waarvan na onderzoek bleek dat zij hoger waren dan de werkelijke uitgaven. De huurder mag van de verhuurder de teruggave eisen van alle teveel betaalde sommen.

Hij moet zijn verzoek aan de verhuurder richten per aangetekend schrijven. Maar opgelet:

  • de huurder mag slechts de teruggave eisen van de sommen die vervallen en betaald zijn tijdens de 5 jaren die de verzending van het aangetekend schrijven voorafgaan;
  • de rechtsvordering van de huurder tot teruggave van de te veel betaalde sommen verjaart binnen een termijn van 1 jaar te rekenen vanaf de datum van het versturen van het aangetekend schrijven.


Voorbeeld

Sinds de maand februari 2003 betaalt de huurder elke maand aan zijn verhuurder 100 EUR lasten teveel. Hij bemerkt dit niet vóór oktober 2009. Op 10 november 2009 stuurt hij een aangetekend schrijven naar zijn verhuurder waarin hij de terugbetaling van deze lasten vraagt; hij heeft slechts recht op de terugbetaling van de lasten die te veel werden betaald gedurende de 5 jaar die het verzenden van deze brief voorafgaan (d.w.z. vanaf de maand november 2004). Indien de verhuurder dit niet terugbetaalt, kan de huurder een rechtsvordering instellen bij de vrederechter binnen een termijn van 1 jaar, te rekenen vanaf 10 november 2009.

Hoe kan ik een vrijstelling van mijn sociale bijdragen bekomen?

De Heer K.G. uit Vilvoorde vraagt ons: "Sinds enkele maanden is mijn omzet erg gedaald en heb ik financiële problemen. Bestaat er een mogelijkheid om mijn sociale bijdragen niet te moeten betalen ?"

Zelfstandigen in staat van behoefte of in een andere toestand die de staat van behoefte benadert, kunnen onder bepaalde voorwaarden de volledige of gedeeltelijke vrijstelling vragen van de sociale bijdragen, binnen het kader van het sociaal statuut.
De Commissie voor vrijstelling zal rekening houden met de globale staat van de situatie van de aanvrager, namelijk het geheel van zijn beroepsinkomsten (+ roerend, onroerend, enz…) en met deze die aangegeven worden door de personen die onder hetzelfde dak gedomicilieerd zijn.

Hoe wordt de aanvraag ingediend ?
De aanvraag moet uitsluitend via aangetekend schrijven, of door de neerlegging van een verzoekschrift bij zijn socialeverzekeringsfonds ingediend worden door de zelfstandige (of door zijn naar behoren gemandateerde advocaat).

Voor welke periode kan men de aanvraag indienen ?
Om ontvankelijk verklaard te worden, moet de aanvraag geformuleerd worden binnen de 12 maanden die volgen op het kwartaal of de kwartalen waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd.
Indien het gaat om bijkomende bijdragen die het gevolg zijn van een regularisatie van beginactiviteit of van de mededeling van een nieuw inkomen door de belastingadministratie, dan vangt de termijn van 12 maanden aan op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het regularisatiebericht werd verstuurd.
Voor zelfstandigen in beginactiviteit mag geen enkele aanvraag ingediend worden vóór het begin van het vijfde kwartaal van onderwerping, tenzij ingeval van stopzetting vóór de onderwerping van 4 opeenvolgende kwartalen.
In dit geval begint de termijn van 12 maanden op de eerste dag van het vijfde burgerlijk kwartaal van onderwerping aan het sociaal statuut van de zelfstandigen, wat betreft de bijdragen van de 3 eerste burgerlijke kwartalen van onderwerping.

Voorbeeld
Een zelfstandige begint zijn activiteit op 18 november 2013 (2013/4).
Indien hij een aanvraag tot vrijstelling indient vóór 1 oktober 2014, zal deze niet in aanmerking worden genomen (behalve indien onderwerping gedurende minder dan 4 kwartalen).
 Deze datum is ook het startpunt van de termijn van 12 maanden om de aanvraag in te dienen voor de 3 eerste kwartalen. De vrijstelling voor 2013/4, 2014/1 en 2014/2 mag dus aangevraagd worden tot 30 september 2015.
De termijn voor 2014/3 wordt “normaal” berekend (12 maanden vanaf het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarop de bijdrage betrekking heeft). Vrijstelling voor dit kwartaal kan dus ook aangevraagd worden tot 30 september 2015.

Gegevens Formulier A
Er moet op elke vraag/rubriek een antwoord gegeven worden. Indien een vraag niet van toepassing is op de situatie van de zelfstandige, moet de vermelding "niets" aangeduid worden of “0” indien het antwoord een cijfer is.
Ingeval van ontbrekend antwoord op vragen die hernomen worden in de delen 1 tot 6 (of 1 tot 4 ingeval van een aanvraag tot opheffing van solidaire aansprakelijkheid, ingediend door een vennootschap), zal de aanvraag geacht worden niet ingediend te zijn en niet overgemaakt worden aan de Commissie voor vrijstelling van bijdragen.
Tenslotte is het verplicht om de vereiste bijlagen toe te voegen (laatste verwittiging-uittreksel van de rol PB en onroerende voorheffing, laatste belastingaangifte, statuten en twee laatste jaarrekeningen, attest van het OCMW).
Het formulier A moet in alle gevallen, aangetekend verzonden worden.

De beslissing
De Commissie kan gedeeltelijk of volledig de vrijstelling van bijdragen toekennen of weigeren, in functie van de beoordeling of de aanvrager zich al dan niet in een staat van behoefte bevindt.
Wij vestigen uw aandacht op het feit dat, ingeval van akkoord, de verhogingen die bij de bijdrage horen, ook worden vrijgesteld.
De indiening van een aanvraag tot vrijstelling stuit de opeisbaarheid van de sociale bijdragen niet. Het is dus normaal dat het socialeverzekeringsfonds u de driemaandelijkse vervaldagberichten en herinneringen toestuurt.
De toegestane vrijstelling is gelijkwaardig aan een betaling voor wat betreft de ziekteverzekering tegen invaliditeit. Dit geldt ook voor de toekenning van kinderbijslag.
Elk kwartaal dat door een beslissing tot vrijstelling wordt gedekt, komt niet in aanmerking voor de pensioenberekening.
De zelfstandigen hebben echter altijd de mogelijkheid om, zover deze nog niet verjaard zijn, de vrijgestelde bijdragen nadien toch te betalen en op die manier hun pensioenrechten te vrijwaren.

Solidaire aansprakelijkheid
Artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 38 voorziet dat de geholpen personen solidair aansprakelijk zijn voor de betaling van de bijdragen die hun helpers verschuldigd zijn. Dit geldt ook voor de vennootschappen ten opzichte van hun mandatarissen / vennoten.
De solidaire aansprakelijke die zich ook in een staat van behoefte bevindt, kan echter de opheffing vragen van deze solidaire aansprakelijkheid door een aanvraag in te dienen bij de Commissie voor vrijstelling, via het socialeverzekeringsfonds aan wie de bijdragen verschuldigd zijn. Deze solidariteit is ook van toepassing indien de betrokkene vrijstelling verkregen heeft.
De procedure is identiek als deze beschreven voor de zelfstandige. De aanvraag moet dus op dezelfde manier ingediend worden door de solidaire aansprakelijke (bevoegde mandataris, geholpen persoon, curator ingeval van faillissement,…).
Deze aanvraag moet geformuleerd worden binnen het jaar dat volgt op het burgerlijk kwartaal waarin het socialeverzekeringsfonds de solidaire aansprakelijke verzocht heeft om de sociale bijdragen te betalen in plaats van de aangeslotene.

Diversen
Sedert 1 januari 1993 kunnen de beslissingen van de Commissie voor vrijstelling niet meer herzien worden.
Enkel de Arbeidsrechtbank kan een eventueel beroep aanvaarden. Zij kan enkel uitspraak doen over de wettelijkheid van de beslissing en kan zich niet uitspreken over de inhoud van de zaak.
Personen die hun zelfstandige activiteit in bijberoep uitoefenen, worden verondersteld zich niet in de hierboven beschreven situaties te bevinden. Bijgevolg wordt de vrijstelling automatisch geweigerd voor de kwartalen waarin zij de hoedanigheid van bijberoep hebben.
Alle aanvragen tot vrijstelling met betrekking tot de bijzondere bijdragen, verschuldigd aan het Fonds en tot de solidariteitsbijdragen, de matigingsbijdragen of consolideringsbijdragen, moeten rechtstreeks ingediend worden bij de griffie van de Commissie voor vrijstelling van bijdragen:
FOD Sociale zekerheid – DG Zelfstandigen
Commissie voor Vrijstelling
Administratief Centrum Kruidtuin - Finance Tower
Kruidtuinlaan 50, bus 1
1000 Brussel

Mag ik mijn klant voor de vrederechter oproepen?

De Heer L.P. van Brussel vraagt ons : "Onlangs zei een collega mij dat in geval van geschil met een klant, hij deze voor de vrederechter liet oproepen voor een verplichte poging tot minnelijke schikking, teneinde deze klant te intimideren. Kunt u mij hierover uitleg geven?"

De vrederechter is de rechter die het dichtst bij de bevolking staat. Hij is bevoegd voor problemen in uw gezinsleven, uw buurtbewoners en uw woning. Hij probeert ook steeds een oplossing op mensenmaat voor te stellen, het liefst in overleg met alle partijen. Het vredegerecht is een burgerlijk gerecht, dat wil zeggen dat er geen strafzaken gepleit worden. U kunt een vredegerecht vinden in elke gerechtelijk kanton: het zijn er 225 in totaal.

Griffie

De griffie is in feite het secretariaat van de rechtbank. Elk vredegerecht heeft een griffie die bestaat uit een hoofdgriffier, een griffier, één of meerdere adjunct-griffiers en griffiepersoneel. De meeste griffies zijn open tijdens de kantooruren, maar informeer vooraf naar de openingsuren of maak een afspraak. Op de griffie kunt u alleen inlichtingen krijgen: zij geven u geen raad of advies.

Bevoegdheden

De vrederechter heeft een honderdtal specifieke bevoegdheden. Die kunt u terugvinden in het Gerechtelijk Wetboek. Dit zijn alvast de belangrijkste bevoegdheden:

  • geschillen in verband met huur of verhuur;
  • geschillen over het gemeenschappelijk gebruik, onderhoud, of beheer van appartementsgebouwen;
  • burenruzies;
  • geschillen in verband met de herziening van onderhoudsgelden na een echtscheiding;
  • geschillen in verband met kleine nalatenschappen (kleiner dan 1860 EUR);
  • gedwongen opname in gesloten instellingen van geesteszieken en de regeling voor hun verblijf;
  • voogdij en adoptie.


De vrederechter is ook in alle andere zaken bevoegd, zolang het bedrag van de vordering kleiner is dan 1860 EUR, behalve als het gaat om geschillen tussen werknemers en werkgevers.

Territoriale bevoegdheid

Het is niet altijd gemakkelijk om te weten welke vrederechter bevoegd is. Wanneer u een huur- of appartementsgeschil hebt, dan is de vrederechter van de plaats waar het gehuurde goed of appartement ligt, bevoegd. Bij familiezaken bepaalt de laatste (echtelijke) woonplaats bij welke vrederechter u moet zijn.

Als u twijfelt, neemt u best contact op met het vredegerecht in uw buurt of raadpleeg de website van de FOD Justitie: www.just.fgov.be.

Verzoening

Wanneer u geprobeerd heeft om het geschil uit te praten en ook aangetekende brieven geen oplossing bieden, kunt u voor u een echt proces aanspant bij de vrederechter een verzoening aanvragen. Deze manier van werken is goedkoper – want het is gratis – en sneller.

Vrederechters zijn uitermate geschikt om geschillen op te lossen: ze hebben een juridische achtergrond, praktijkervaring en de psychologische kennis om partijen te kunnen verzoenen. Zij kunnen dit natuurlijk alleen doen in geschillen waarvoor zij bevoegd zijn.

Proces

Wanneer er niets anders meer opzit, dan kunt u een proces aanspannen. In de meeste gevallen moet u daarvoor 'rolrecht' betalen. Het rolrecht is de vergoeding voor het openen van een dossier bij de rechtbank. Meestal bedraagt dit ongeveer 35 EUR.

Wat moet ik doen als een product dat ik verkoop een risico vertoont?

De Heer C.M. uit Beringen vraagt ons: "Ik denk dat een product dat ik verkoop een risico inhoudt voor mijn klanten. Wat moet ik doen ? "
Als een product (uitgezonderd voeding) of een dienst dat u op de markt bracht, een risico vertoont, moet u onmiddellijk het Centraal Meldpunt voor Productenhiervan op de hoogte te brengen.
Er zijn twee manieren om een gevaarlijk product te melden bij het Centraal Meldpunt voor Producten:
-        invullen van een notificatieformulier beschikbaar op de website  http://economie.fgov.be. Stuur dit formulier zo volledig en snel mogelijk naar het Centraal meldpunt voor producten: info.consumentenproducten@economie.fgov.be;
-        invullen van het online formulier dat u op het volgende adres vindt: https://webgate.ec.europa.eu/gpsd-ba/index.do.
Dit formulier is speciaal door de Europese Commissie ontwikkeld, zodat u aan verschillende nationale autoriteiten onmiddellijk een corrigerende actie met betrekking tot een product dat in meerdere landen wordt verkocht, kunt melden.

Contact

FOD Economie,
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid
Centraal Meldpunt voor Producten

North Gate 
Koning Albert II-laan 16 
1000 Brussel
Tel.: 02 277 90 76 
Fax: 02 277 54 38 
E-mail: info.consumentenproducten@economie.fgov.be

« Hoe kan ik mijn voorraad uitverkopen? »

De Heer S.E. van Diest vraagt : “Ik heb in mijn handelszaak een aantal ouderwetse goederen waarvan ik zou willen afgeraken. Hoe kan ik deze spullen uitverkopen ?”

Een verkoop onder de benaming “uitverkoop” of onder een gelijkwaardige benaming is toegelaten wanneer een bepaalde situatie de versnelde verkoop van een productenvoorraad of van een -assortiment vereist.

Sinds 31 mei 2014 is de kennisgeving van een uitverkoop bij de FOD Economie opgeheven.

De onderneming moet niettemin de bepalingen respecteren van boek VI “Marktpraktijken en consumentenbescherming” van het Wetboek van economisch recht (boek VI WER).
De artikelen. VI.22 en volgende WER, leggen de verplichtingen vast voor de ondernemingen en sommen op limitatieve wijze de omstandigheden op waarbij een uitverkoop kan plaatsvinden:

  • gerechtelijke beslissing;
  • overlijden van de verkoper;
  • overname van een zaak;
  • stopzetting van de activiteiten;
  • sluiting of verhuizing van een verkooppunt;
  • restauratiewerkzaamheden van meer dan 20 werkdagen;
  • ernstige schade aan de voorraad veroorzaakt door een ramp;
  • belangrijke belemmering van de activiteit (bijvoorbeeld werken in de straat);
  • pensioengerechtigheid van de verkoper.


Met toepassing van artikel VI.23, § 3 WER mogen enkel de goederen die deel uitmaken van de voorraad van de onderneming voor het begin van de uitverkoop, in de uitverkoop te koop aangeboden of verkocht worden.

Een uitverkoop is beperkt tot maximaal 5 maanden. In het geval van uitverkoop omwille van pensioen is de verkoop beperkt tot één jaar.

Tijdens deze verkoop is de onderneming verplicht haar verkoopprijzen te verlagen en mag ze verkopen met verlies.

Het artikel VI.29, § 5 WER voorziet bovendien dat de sperperiode voor de solden niet van toepassing is op uitverkopen.

« Mag ik meerdere goederen verkopen voor de prijs van één goed ? »

De Heer R.D. van Leuven vraagt : “Ik merk dat steeds meer handelaars promotieacties voeren « Koop 2 producten voor de prijs van één », en dit gedurende het ganse jaar, zelfs tijdens de sperperiode. Is dit toegestaan ?”

Ja, een aanbod om goederen of diensten te verwerven, gratis of tegen betaling, bij aankoop van andere goederen of diensten, is toegestaan, en betreft een “gezamenlijk aanbod”.
Zulke promotieactie is toegestaan voor zover het niet gaat om een oneerlijke handels- of beroepspraktijk.
Bijzondere bepalingen voor ondernemingen
In afwijking van deze principiële toelating is elk gezamenlijk aanbod aan de consument, waarvan minstens één bestanddeel een financiële dienst is en dat verricht wordt door een onderneming of door verscheidene ondernemingen die handelen met een gemeenschappelijke bedoeling, verboden (art. VI.81 WER).
Het is evenwel geoorloofd gezamenlijk aan te bieden:

  • financiële diensten die een geheel vormen;
  • financiële diensten en kleine door de handelsgebruiken aanvaarde goederen en diensten;
  • financiële diensten en deelneming aan wettig toegestane loterijen;
  • financiële diensten en voorwerpen waarop onuitwisbare en duidelijk zichtbare reclameopschriften zijn aangebracht, welke als dusdanig niet in de handel voorkomen, op voorwaarde dat de prijs waartegen de onderneming ze heeft gekocht, niet meer bedraagt dan 10 euro, excl. btw, of 5 % van de verkoopprijs, excl. btw, van de financiële dienst waarmee ze worden aangeboden. Het percentage van 5 % is van toepassing wanneer het bedrag dat hiermee overeenstemt hoger is dan 10 euro;
  • financiële diensten en chromo’s, vignetten en andere beelden met geringe handelswaarde;
  • financiële diensten en documenten die, na de aanschaf van een bepaald aantal diensten, recht geven op een gratis aanbod of een prijsvermindering bij de aanschaf van een gelijkaardige dienst, voor zover dat voordeel door dezelfde onderneming verstrekt wordt en niet meer bedraagt dan een derde van de prijs van de vroeger aangeschafte diensten.

De eventuele uiterste geldigheidsduur en de voorwaarden van het gezamenlijk aanbod dienen vermeld te zijn. Wanneer de onderneming een einde maakt aan haar aanbod, heeft de consument recht op het aangeboden voordeel naar verhouding van de vroeger gedane aankopen.

« Mijn handelsnaam wordt door een ander op Internet gebruikt ! »

 

De Heer R.N., van Oostende, vraagt ons : « Welke zijn mijn rechten indien een concurrent mijn handelsnaam zou gebruiken als domeinnaam op Internet, teneinde zich voor mijn bedrijf uit te geven, om zo te proberen mijn klanten te 
stelen ? 

De Heer R.N., van Oostende, vraagt ons : « Welke zijn mijn rechten indien een concurrent mijn handelsnaam zou gebruiken als domeinnaam op Internet, teneinde zich voor mijn bedrijf uit te geven, om zo te proberen mijn klanten te stelen ? »

 

Domeinnamen zijn de adressen van internetpagina’s, bijvoorbeeld www.sdz.be. 

Het zijn, in zekere zin, middelen tot communicatie tussen internetgebruikers.

 

Het kan gebeuren dat iemand anders een benaming als domeinnaam kiest waarop uzelf een recht of belang heeft.

 

Een specifieke gerechtelijke procedure

De wet van 26 juni 2003 betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen heeft een specifieke vordering tot staking ingevoerd.

 

Dank zij deze stakingsvordering kan de rechter, zoals in het gemeen recht, het bestaan van een onrechtmatige registratie vaststellen en hiervan de stopzetting bevelen.

Deze wet staat aan bepaalde personen toe om een domeinnaam die een benaming bevat waarop zij een recht kunnen laten gelden, te recupereren. Het gaat meer bepaald om degenen die recht hebben op een merk, een geografische aanduiding of benaming van oorsprong, een handelsnaam, een auteursrechtelijk beschermd werk (bijv. de titel van een film), een vennootschapsnaam, een familienaam of de naam van een geografische entiteit.

Om in deze vordering te slagen:

 

  • moet de domeinnaam identiek zijn aan, of sterk lijken op, de beschermde benaming.
  • mag de houder van de domeinnaam geen enkel recht of legitiem belang jegens die domeinnaam bezitten.
  • werd de domeinnaam te kwader trouw geregistreerd of gebruikt.

 

Het bijzondere aan deze stakingsvordering (in vergelijking met het gemeen recht) is dat de rechter de houder van de domeinnaam kan bevelen deze te schrappen of over te dragen aan de eisende partij (of aan een andere persoon die hij aanwijst).

 

Deze stakingsvordering kan enkel gevoerd worden met betrekking tot ‘.be’ domeinnamen en in de gevallen waar de houder van de domeinnaam een woonplaats of vestiging in België heeft.

Niet-gerechtelijke procedures tot beslechting van geschillen

 

Voor de ‘.be’ domeinnamen heeft DNS.be een alternatieve geschillenprocedure georganiseerd (“ADR” of Alternative Dispute Resolution).

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (Cepina) is hiervoor verantwoordelijk.

 

Om via Cepina de overdracht van een domeinnaam te bekomen, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan:

  • De domeinnaam is identiek of lijkt sterk op een merk, handelsnaam, vennootschapsnaam, plaatsnaam, persoonsnaam of naam van een geografische entiteit waarop de klager rechten heeft.
  • De houder van de domeinnaam heeft geen recht of legitiem belang jegens deze domeinnaam.
  • De domeinnaam is te kwader trouw geregistreerd of gebruikt.  
  • De procedure is zeer snel en wordt behandeld door een derde persoon met expertise in de materie. De beslissing wordt op de website van Cepina gepubliceerd. Vervolgens zal DNS.be de domeinnaam schrappen of de naam van de houder aanpassen.
  • Voor geschillen over generieke domeinnamen (“.com”, “.int”, “.org”, enz.) is het WIPO Arbitration and Mediation Center is één van de organisaties waar het geschil aanhangig kan worden gemaakt.

© SDZ - Drukpersstraat 4 - 1000 Brussel | T 02 652 26 92 | E web@sdz.be