Balans 2010 van de federale politie: georganiseerde diefstal onder druk

De federale politie heeft onlangs haar balans van 2010 gepubliceerd. De aanpak van de rondtrekkende dadergroepen blijkt doeltreffend. Maar de criminelen passen zich voortdurend aan en de fenomenen waarin de rondtrekkende dadergroepen actief zijn, evolueren.

Woninginbraken

Er is een lichte daling van het aantal woninginbraken. In 2009 waren er 64.467 inbraken in woningen. In 2010 zijn er dat 62.654, een daling van 2,8%. Voor alle types woningen is het risico om slachtoffer te worden van een inbraak voor het eerst sinds 2007 gedaald. Het risico is gedaald van 1,37 op 100 woningen in 2009 naar 1,32 in 2010. Appartementen in grote steden blijven de voornaamste doelwitten van inbrekers. Wie in een appartement woont, had in 2009 een risico van 1,63 en in 2010 een risico van 1,67 (ten opzichte van 1,02 voor 100 huizen). In appartementsgebouwen is er meer anonimiteit en dat maakt het voor de inbreker makkelijker.

Tijdstippen

Er is ook een verschil tussen de tijdstippen van de dag waarop wordt ingebroken. Het grote deel van de woninginbraken vindt plaats op vrijdag- en zaterdagavond (tussen 17 en 23 uur) en ’s namiddags op de andere dagen van de week.

Vooral juwelen

Juwelen zijn, voor het tweede jaar op rij, de favoriete buit van de inbrekers. Juwelen staan bovenaan de topvijf van gestolen voorwerpen (bij 41,42% van de woninginbraken wordt op zijn minst één juweel gestolen). De topvijf wordt aangevuld met baar geld, computers en informaticamateriaal, multimedia en uurwerken.

Iedereen kan op dit moment zonder vorm van registratie juwelen verkopen aan een juwelier. Zo bestaat het risico dat juweliers die edele metalen aankopen van particulieren onbewust meedoen aan het in stand houden van de criminele keten. Daarom heeft de minister van Binnenlandse Zaken, Annemie Turtelboom, nu maatregelen genomen. “Om de heling van juwelen tegen te gaan heb ik een Koninklijk Besluit opgesteld dat nog deze zomer in werking treedt en dat de identificatie en registratie van verkopers van edele metalen verplicht maakt. Hierdoor maken we het voor daders moeilijker hun waar aan de man te brengen en kunnen we criminele netwerken beter in kaart brengen.”

Skimming en shoulder surfing

Het fenomeen skimming, het illegaal kopiëren van de gegevens van de magnetische strip op betaalkaarten, is geëxplodeerd tussen 2009 (806 vastgestelde feiten) en 2010 (1722 vastgestelde feiten). Maar in januari 2011, na een beslissing van de banksector om de functie Maestro buiten de Europese Unie te blokkeren, is het aantal gevallen van skimming enorm teruggevallen. Tussen 1 januari 2011 en 30 april 2011 hebben de politiediensten amper 20 feiten vastgesteld.

Daarentegen worden er steeds vaker feiten van « shoulder surfing » vastgesteld. Shoulder surfing bestaat erin dat de dader over de schouder van het slachtoffer meekijkt wanneer die zijn bankcode ingeeft, daarna het slachtoffer afleidt en zijn bankkaart steelt. In 2010 zijn 512 feiten van shoulder surfing vastgesteld en voor 2011 wordt een stijging van dit type diefstal/fraude verwacht. Daarom kan het belang van preventietips aan de bevolking niet genoeg benadrukt worden (code afschermen, je niet laten afleiden…).

Handelszaken en ondernemingen

Voor wat de inbraken in handelszaken en bedrijven betreft, volgen de resultaten dezelfde positieve tendens omdat ze blijven dalen van 20.664 in 2009 naar 20.562 in 2010 (daling van 0,5%).

Het aantal winkeldiefstallen is licht gestegen. Die stijging is al sinds 2007 op te merken. Tussen 2009 en 2010 is het aantal door de politie vastgestelde winkeldiefstallen gestegen van 22.669 naar 23.570 (+ 4%). Dit fenomeen telt ook een groot dark number.

Om de zelfstandigen en KMO’s nog beter te informeren over winkeldiefstal (aangifte, bestaande instrumenten bij het parket, …) is een informatiebrochure, ontwikkeld door Justitie, in voorbereiding. Deze zal tegen eind september onder de handelaars verspreid worden.

Gauwdiefstal

Georganiseerde gauwdiefstal is een zeer geliefde activiteit bij de rondtrekkende dadergroepen. Gauwdiefstal of pick-pocketing is een diefstal zonder bedreiging en zonder verzwarende omstandigheden, op een publieke plaats, en dit van een object dat het slachtoffer bij zich draagt. Het aantal geregistreerde feiten gaat van 31.735 in 2009 naar 33.166 in 2010.
De rondtrekkende dadergroepen maken vooral gebruik van minderjarigen voor het plegen van deze diefstallen. De uitdaging bestaat er dan ook in om de echte leeftijd van deze minderjarigen te bepalen, of zeker van de meerderjarigen die zich voordoen als minderjarigen om zo aan het gerecht te ontsnappen. Er zijn verschillende methodes ontwikkeld om de leeftijd van een persoon te bepalen: een X-ray van de pols, de tanden, het sleutelbeen,…  

Ladingdiefstallen
 
Ladingdiefstallen op autosnelwegen vormen een fenomeen met een wisselende cyclus. De arrestatie van één of verschillende dadergroepen heeft dadelijk gevolgen voor het aantal geregistreerde feiten. Het is dan ook belangrijk om dit soort criminaliteit goed op te volgen en zo onder controle te houden. De resultaten van 2010 blijken zorgwekkend. In 2010 werden 348 feiten van deze aard vastgesteld, terwijl in 2009 in totaal 270 feiten werden geregistreerd (dit is een stijging van 22,5%).

Om het fenomeen van de metaaldiefstallen aan te pakken zal opnieuw een identificatieverplichting worden ingevoerd.

Diefstallen op werven

Wat betreft de diefstallen op werven is het belangrijk te noteren dat de schommelingen bij dit type diefstal ook mee bepaald worden door de koperprijzen, aangezien metaaldiefstallen ook op werven voorkomen. In 2010 werden 4.073 feiten vastgesteld, dit is een vermindering ten opzichte van 2007 en 2008. In 2009 was er echter een daling met 3.431 feiten.

Op preventief vlak vinden er herhaalde preventiecampagnes plaats die iedereen op een werf er moeten van bewust maken materiaal veilig op te bergen en te registreren. Verder kunnen ook de bouwondernemingen beroep doen op de fiscale aftrekmogelijkheden voor veiligheidsinvesteringen.

Turtelboom: “Nieuw is dat de fiscale aftrek sinds 14 december 2010 is uitgebreid tot beveiliging van bedrijfsvoertuigen, waaronder dus ook werfvoertuigen (kranen, graafmachines,…). De investeringen in sloten, immobilisatiesystemen, antidiefstalsystemen die gebeurd zijn in 2010 kunnen vanaf dit jaar bij de belastingsaangifte afgetrokken worden voor 20,5 % ipv 3,5%.”

Profiel van de daders

De rondtrekkende dadergroepen zijn voor het eerst opgedoken eind jaren ’90 – begin jaren 2000. Toen is vastgesteld dat meer en meer Centraal- en Oost-Europese bendes zich systematisch schuldig maakten aan misdrijven tegen de eigendom. Ze zijn hoofdzakelijk afkomstig uit Roemenië, Servië, Bulgarije en Litouwen.
De aanwezigheid van rondtrekkende daders uit Oost-Europa is het gevolg van een reeks factoren; de economische motivatie is zeker een van de belangrijkste.

Rondtrekkende dadergroepen doen vaak een beroep op minderjarigen. Die minderjarigen zijn evenveel daders als slachtoffers. In sommige gevallen betekenen deze misbruiken een bijzondere vorm van mensenhandel dat een specifieke aanpak vereist.

Werkmethodes van de daders

Algemeen gesproken leggen rondtrekkende dadergroepen grotere afstanden af dan andere daders om hun feiten te plegen. Ze zijn dikwijls actief in meerdere arrondissementen. Het gaat om recidivisten die het principe van de minste weerstand toepassen. De gestolen goederen worden snel geheeld of naar het land van oorsprong gevoerd.

Alvorens over te gaan tot de diefstallen wordt meestal een taakverdeling afgesproken. De keuze van de doelwitten, meestal voor woninginbraken, is vooral opportunistisch en nauwelijks voorbereid. De regio wordt gekozen op basis van vorige ervaringen en, eenmaal ter plaatse, wordt na een korte observatie het doelwit gekozen. Woningen die er iets welstellender uitzien en voornamelijk in wijken dichtbij grote verkeerassen liggen, hebben een bijzondere aantrekkingskracht. Voor diefstallen in bedrijven en handelszaken wordt er over het algemeen een grondigere verkenning gedaan.
 
Bij inbraken proberen rondtrekkers het contact met het slachtoffer te vermijden. Uiteraard zijn hierop uitzonderingen. Als de daders zich betrapt voelen, bijvoorbeeld door een bewoner of door een politiecontrole, kunnen ze agressief worden.

Rondtrekkers zijn op zoek naar buit die makkelijk vervoerbaar is, die ze rap en snel kunnen doorverkopen en waarvan de financiële opbrengst hoog is. Meer dan andere daders hebben rondtrekkers een voorkeur voor juwelen. Naast geld zijn juwelen de meest gestolen voorwerpen in woningen.

Over het algemeen vindt de buit via helers snel een plaats op de markt. De buit wordt doorverkocht in België (goud, juwelen, informaticamateriaal) of opgestuurd naar het land van oorsprong (geld, werkmateriaal, elektrisch huishoudmateriaal). In sommige gevallen is een deel van de buit bedoeld voor eigen gebruik door de dader (voeding, kledij,…).

Conclusie

De strijd tegen de criminaliteit die door rondtrekkende dadergroepen wordt gepleegd is sinds 2004 een topprioriteit in ons land. De integrale (het fenomeen wordt in al zijn facetten aangepakt: preventie, repressie, opvolging, straffen,…) en geïntegreerde (alle partners/diensten zijn betrokken en werken samen) aanpak is doeltreffend maar moet nog versterkt worden.

0
Uw score: Geen

© SDZ - Drukpersstraat 4 - 1000 Brussel | T 02 652 26 92 | E web@sdz.be